DDL: 8 Vragen aan Dick de Kwaadsteniet

Lange tijd leek het erop dat HEBES verder in de verdrukking zou komen. Tegen DVO keek de in degradatienood verkerende ploeg vlak voor tijd tegen een 1­2 achterstand aan. Maar een minuut voor het verstrijken van de officiële speeltijd was daar die hoekschop. En doelman Dick de Kwaadsteniet die in een alles ­of ­niets poging mee ten aanval trok.

1. Een spelletje, Dick. Maak de zin af: ‘Als de trainer hem in de laatste minuut mee naar voren stuurt, is Dick...
„De kwaadste niet?”

2. Juist. Naamgrapjes: nooit leuk. Ik weet het. Sorry. Zeg, ouwe Chilavert, ben je zomaar in één klap de held van Beegden! Hoe heb je dat geflikt?
„Door in de laatste minuut de gelijkmaker te scoren. Tien minuten voor tijd - we stonden 1-2 achter - had ik het er tijdens spoedberaad al even over met onze middenvelder Remy Geraets: ‘Wat gaan we doen als het bijna is afgelopen en de stand is nog niet veranderd?’.

3. Maak me gek Dick, wat zei Remy toen?
"Concrete afspraken maakten we nog niet op dat moment. Maar toen de 88ste minuut was aangebroken en we kregen een corner, riep Remy: 'Dickie! Kom naar voren!’.

4. En als Remy het zegt...
„Dan doe ik dat. Vanzelfsprekend. In het vijandelijke strafschopgebied verdeelde ik de taken: ‘Jij daarheen, jij daarheen en ik blijf hier lekker staan!’ Dus die hoekschop wordt genomen, de keeper van DVO krijgt er een slap handje tegenaan, ik zie de bal dalen en bedenk me geen moment.”

5. Wacht, wacht, wacht... Ik weet een leuke: ‘de dropkick van Dick’!
 „Nee, nee, nee! Ik nam hem direct uit de lucht op mijn slof. Ging dwars door de massa heen en belandde halfhoog in het midden van het doel.”

6. En dan te bedenken dat de immer positieve teamleider Ton van Deijzen - bij wie het glas altijd halfvol is - zich nog hardop afvroeg wat uitgerekend Dick de Kwaadsteniet voorin te zoeken had. Ik citeer: ‘Die springt nog geen tien centimeter hoog’! Heeft hij me zelf verteld...
„Ja, zei hij mij na afloop ook nog drie keer. Maar met beide beentjes op de grond heb ik ons team toch maar mooi een belangrijk punt bezorgd.”

7. De grootste grap is natuurlijk dat je van nature een lijnkeeper bent!
„Een echte lijnkeeper, inderdaad. Maar ook een doelman met een goeie trap. Ik kom redelijk ver, alleen niet altijd in de goede richting.”

8. Eerlijk, Dick, eerlijk. Maar op deze welgemikte poeier kun je nog wel een tijdje teren. Hoe heb je ’m gevierd?
„Geen flauw idee. Ik ben een stukje kwijt. De eerste herinnering na het bollen van het net is dat ik lig bedolven onder medespelers. Ik heb de goal nog wel twintig keer voorbij zien komen en niemand krijgt de lach van mijn gezicht.”

Door: Nick Bruls, Dagblad De Limburger